Doorbreek jouw prestatieplafond vanuit je brein!

18-12-2020
Je traint je suf en volgt exact de schema’s die er voor jou gemaakt zijn. Desondanks komen die topprestaties niet, je hebt het gevoel dat er meer in zit dan dat eruit komt. In veel van dit soort situaties wordt er juist harder getraind of wordt er rust genomen. Dit leidt helaas vaak niet tot een doorbraak in de prestatie stagnatie. De oplossing ligt verscholen in jouw brein, in het verbeteren van jouw motorische variabiliteit. In dit blog leggen we je het uit.

Motorische capaciteit
Mensen zijn gewoontedieren, ook wat betreft het motorisch functioneren. Ook al kunnen wij met onze spieren en gewrichten een enorm gevarieerde bewegingsruimte gebruiken, toch bewegen we ons in relatief stereotype patronen. En hoe ouder we worden, hoe minder dat we ons ook uitdagen om in andere patronen te bewegen. Voor een sporter komt daar ook bij dat bepaalde patronen juist getraind worden om een specifieke sporttechniek te perfectioneren. Indien een sporter naast zijn/haar sport zich niet uitdaagt om andere (nieuwe motorische) vaardigheden te leren zal de motorische capaciteit vanuit het brein ook afnemen. Indien er sprake is van pijn of een aanhoudende blessure ontwikkelt een sporter een compensatoire bewegingsoplossing om zo goed mogelijk te kunnen blijven presteren. Zeker in het geval van aanhoudende klachten zit de sporter daarin als het ware opgesloten. Deze processen gaan onbewust en gedurende ons leven raakt de capaciteit voor het genereren van willekeurige bewegingen binnen de motorische aansturing beperkt.

Afname motorische capaciteit en de gevolgen op spierniveau
Je lichaam wordt aangestuurd vanuit je brein waarbij verschillende spiergroepen verschillende functies hebben. Het spiersysteem is in te delen in twee spiergroepen. Er is een groep van spieren die zorgt voor het handhaven van je houding en het maken van laagbelaste bewegingen. Deze spieren zijn actief in het algemeen dagelijks leven en zijn resistent tegen vermoeidheid. De andere spiergroep zorgt voor kracht en snelheid. Deze spieren zijn actief bij intensief sporten of zwaar werk en niet resistent tegen vermoeidheid. Een goede synergie tussen deze beide spiergroepen maakt het mogelijk om heel gevarieerd en energiezuinig te bewegen. Bij een optimale motorische capaciteit varieert het aandeel wat elke spiergroep levert in het maken van een bewegen. Bij een optimale motorische capaciteit is er een enorme bandbreedte aan variaties in bewegen en een overvloed aan coördinatieve opties. Daardoor is iemand in staat om adequaat te anticiperen op veranderingen in de omgeving en in de taak, wordt het lichaam veelzijdig gebruikt en wordt het uitputten van spiergroepen zo lang mogelijk uitgesteld.

Gevolgen van de afname van motorische capaciteit
Op het moment dat een sporter ouder wordt en te maken krijgt met blessures, verandert de manier waarop het brein het lichaam aanstuurt. Deze veranderingen zorgen ervoor dat de coördinatieve opties om bewegingen te maken afnemen. Je gaat je lichaam eenzijdiger gebruiken, de bandbreedte aan variaties van bewegen wordt smaller. In zo’n situatie gaan de krachtspieren een dominante rol vervullen. Bedenk daarbij dat een sporter door zijn/haar manier van trainen sowieso de krachtspieren al overmatig gebruikt. De krachtspieren zijn niet resistent tegen vermoeidheid en zullen versneld uitgeput raken op het moment dat er een tekort is aan coördinatieve opties. Een vertraagd herstel, spierverrekkingen, peesirritaties of spierrupturen kunnen het gevolg zijn. Maar denk ook aan stagnatie in het verbeteren van techniek of het aanpassingsvermogen aan externe omstandigheden.

Uiteindelijk bereikt iemand te snel zijn/haar prestatieplafond en haalt er niet uit wat erin zit.

Verbeteren van de motorische capaciteit
Evolutionair gezien is het kunnen genereren van variabiliteit enorm belangrijk gebleken voor het goed kunnen oplossen van problemen (Neuringer 2004). Ook binnen de context van motorische controle is dat aangetoond. Voor het optimaliseren van de motorische capaciteit moet eerst een 0 meting gedaan worden om te bepalen waar in het lichaam de motorische controle is afgenomen. Op het moment dat bekend is waar de specifieke verbeterpunten zitten, kan je aan de slag met gerichte oefeningen om de motorische capaciteit te verbeteren. Dit zijn uitgekiende oefeningen en vereisen specialistische begeleiding. Te vaak wordt gedacht dat het doen van oefeningen zoals planking, oefeningen met een agility ladder en corestability oefeningen dé manier is om te werken aan motorische capaciteit. Maar dat is echter niet het geval. Het is veel effectiever om te werken met oefeningen die een taak specifieke handeling van de latente spiergroepen uitlokken en overactivatie van de krachtspieren vermijden.

The Performance Matrix
Bij Jera gebruiken we de Performance Matrix testmethode om jouw motorische capaciteit gedetailleerd in kaart te brengen. Nadat we die in kaart hebben volgt een intensief verbetertraject (PPT Sport). Dit traject kenmerkt zich door de inzet van een specifiek trainingsprogramma. Hierin worden de latente spiergroepen getriggerd om hun rol in het samenspel met andere spiergroepen te vervullen. Zo ontstaat er weer een ideale bandbreedte aan variaties in bewegen. De Performance Matrix is wetenschappelijk onderbouwd en wordt internationaal ingezet in de topsport, o.a. binnen de nationale atletiekploeg van Zuid-Afrika en Australië en binnen de Premier League in Engeland.

Wil je meer informatie over deze vernieuwende kijk op prestatie stagnatie? Neem vrijblijvend contact op met ons team van ervaren sportfysiotherapeuten en performance specialisten voor deskundig advies.

Dit blog is onderdeel van het 3 luik "brein en je lijf". Lees ook deel I en deel II van deze reeks.

Onze laatste artikelen

Er zijn geen artikelen gevonden.